De tapijtweverij van de liefdadigheidsorganisatie die het heiligdom van imam Reza in Mashhad in Iran beheert. De weverij begon als een kleine onderneming die vooral voor het heiligdom weefde en groeide in het begin van de jaren tachtig (ongeveer vier jaar na de Iraanse revolutie) uit tot een grootschalige producent van Mashhad-tapijten, naar verluidt met meer dan 6.000 vierkante meter (ongeveer 65.000 vierkante voet) per jaar en meer dan 500 vakmensen. De weverij staat bekend om bijzondere kleurstoffen, omschreven als natuurlijke plantaardige kleurstoffen, die diepe rode en blauwe tinten geven. Tapijten met haar signatuur waren vaak bestemd voor heiligdommen of werden als geschenk in opdracht gegeven.
Atelier in Mashhad dat als zeer beroemd wordt omschreven en vooral bekendstaat als de plek waar Khalil Khadivi zijn loopbaan als ontwerper en wever begon en opklom tot voorman, voordat hij in de twintigste eeuw een eigen atelier begon en een eigen signatuur ging voeren.
Het atelier in Mashhad dat is opgericht door Khalil Khadivi, die als ontwerper en wever begon bij het oudere atelier Amoghli en opklom tot voorman. Toen hij nog voorman was, weefde hij daarnaast enkele eigen stukken; de kwaliteit ervan trok kopers aan, en hij begon een eigen atelier met een eigen signatuur. Hij stelde kwaliteit boven kwantiteit, en zijn tapijten worden gewaardeerd als zeer fijn, dicht geweven en schaars; op het hoogtepunt telde het atelier ongeveer 35 weefgetouwen met enkele tientallen medewerkers in Mashhad en omliggende plaatsen. Een van zijn zonen leidde het daarna, en de familie zet de signatuur tot op heden voort.
Een weefatelier in Mashhad (Mashad), in het noordoosten van Iran, dat rond het midden van de twintigste eeuw werd opgericht door Abbas Gholi Saber en bekendstaat om grote, hoogwaardige tapijten van doorgaans ongeveer 12 m² (circa 129 vierkante voet, ofwel 10 × 13 voet) of meer, die op het hoogtepunt op ongeveer zestig weefgetouwen werden gemaakt. Sommige stukken hebben een zijden fundering, wat bij Mashhad-tapijten zeer ongebruikelijk is, aangezien die meestal van wol op katoen worden geweven; één zo’n stuk zou bijna 1.000 knopen per vierkante inch halen (ongeveer 155 per cm²). Na de dood van de oprichter hield zijn jarenlange voorman naar verluidt dezelfde kwaliteit aan, maar voegde hij de Saber-signatuur niet meer toe, zodat gesigneerde Saber-tapijten zeldzaam en gewild bij verzamelaars zijn en hogere prijzen opbrengen.
Een voormalig atelier in Mashhad (Mashad) waarvan de tapijten, die niet meer worden geweven, moeilijk te vinden zijn en als verzamelaarsstukken gelden. Typische exemplaren hebben een crèmekleurige ondergrond met tere bloemmotieven op zeer dunne takjes, een allover-dessin met slechts een vaag omlijnd middenmedaillon en zachte, gedempte kleuren als perzik, blauw en crème. De wol wordt beschreven als zachte, lanolinerijke wol van jonge schapen, waardoor de kleuren glanzender lijken. Het weven zou uiterlijk halverwege de jaren tachtig zijn gestopt, omdat de volgende generatie niet wilde doorgaan.
Stamtapijten geweven door de Beloetsjen uit het grensgebied tussen het noordoosten van Iran en Afghanistan, die ze bij gebrek aan kopers in de buurt op de bazaar van Mashhad verkopen. De dessins combineren Turkse, Perzische en Kaukasische invloeden en staan het dichtst bij het oudere Turkmeense weefwerk: zich herhalende guls (bloemen in achthoeken), boteh, levensboom- en gebedsdessins, meestal op velden in donker marineblauw, rood of bruin met ivoorkleurige en donkerpaarse accenten, al zijn nieuwere stukken lichter. De dunne pool is van wol, meestal op een wollen fundering. Omdat de wevers rondtrekken en geen grote getouwen kunnen opstellen, zijn de tapijten klein, doorgaans 1,2 × 1,8 m (4 × 6 voet), 1,5 × 2,1 m (5 × 7 voet) of kleiner, en worden lopers slechts ongeveer 3 tot 3,7 m (10 tot 12 voet) lang en 0,46 tot 1,5 m (1,5 tot 5 voet) breed.
Druppelvormig motief met een gebogen bovenpunt, al eeuwenlang alomtegenwoordig in Perzische en Kasjmirse weefsels. Het Perzische woord betekent “struik” of “heester” (soms uitgelegd als “ontluikende bloem of plant”), en het motief staat voor groei en vernieuwing; het wordt ook gelezen als een cipres die meebuigt met de wind maar zelden breekt, een vlam, een zaadje, een dennenappel of een gestileerde amandel. Toen wevers in het Schotse stadje Paisley begin negentiende eeuw kasjmiersjaals begonnen na te maken, raakte de boteh in het Westen bekend als “paisley”, naar dat stadje. Op tapijten herhaalt het motief zich meestal over het hele veld, met name in stukken uit Tabriz, Sarough, Kerman, Mashhad en Malayer.
Klassiek Perzisch dessin, opgebouwd uit een ruit die zich over het veld herhaalt, met in elke ruit een kleine bloem of enkele bladeren en met gebogen bladeren aan de zijkanten; de bladeren worden opgevat als gestileerde vissen, die naar verluidt om een lotus heen cirkelen. De naam komt van Herat, de stad in Afghanistan waar het dessin naar verluidt vandaan komt; het wordt ook visdessin genoemd, en Mahi betekent in het Perzisch “vis”. Het is een van de drie hoofdfamilies van dessins, geweven als allover-dessin of rond een centraal medaillon met ruiten binnen en buiten het medaillon, en komt soms voor als smalle bordure. Het is gebruikelijk in tapijten uit Tabriz, Sarough, Mashhad, Moud, Bidjar, Hamadan, Abadeh, Zanjan, Kerman en Kashan.
De hoogste poolklasse in de vierdelige indeling van één handelaar: ongeveer 12,7 tot 15,9 mm (1/2 tot 5/8 inch), gemeten van de achterkant van het tapijt tot de bovenkant van de pool. Deze pool voelt onder de voeten gepolsterd en behaaglijk aan en gaat meestal samen met grotere, krachtigere dessins, omdat tapijten met een lagere knoopdichtheid niet kort geschoren hoeven te worden om er scherp uit te zien. Samen met de middelhoge pool wordt de hoge pool aanbevolen voor drukke woonkamers, gangen, entrees en zware meubels, maar hij vraagt meer vrije ruimte onder deuren en droogt langzamer in vochtige ruimten. Heriz-, Mashhad-, Sarough-, Bijar-, Zanjan- en Gabbeh-tapijten hebben doorgaans een hoge pool.
Tapijten uit Kashmar, een stad in het noordoosten van Iran nabij Mashhad, waarvan de wevers hun afgewerkte stukken naar de markt van Mashhad brengen. Ze zijn minder beroemd dan Tabriz-, Mashhad- of Kashan-tapijten en worden vaak ondergewaardeerd in verhouding tot hun kwaliteit: goede wol, vaak een hoge knoopdichtheid en plantaardige kleurstoffen tegen een bescheiden prijs. De kleuren zijn zachte aardetinten: bruinachtig crème, licht- en donkerblauw, oranje, bruin en een kenmerkend roze. Typische dessins zijn een medaillon met hoekstukken en bordure, soms met vazen in plaats van bloemen, en tuindessins in panelen die elk een tafereel tonen, zoals een meer met bomen, een levensboom of herten in een bos. De pool is dun tot middelhoog. Niet te verwarren met Kasjmir.
Tapijten geweven door Koerdische stammen en dorpsbewoners in Iran. In het westen komen de dichte Bidjar-tapijten met dubbele inslag uit de provincie Koerdistan, terwijl Senneh-tapijten uit Koerdische weefdorpen rond Sanandaj komen. In het noordoosten, boven Mashhad, weven Koerdische stammen die de Safawiden in de zestiende eeuw hadden gevestigd om de grens te bewaken, Quchan-tapijten, waarvan de dessins doen denken aan hun Anatolische herkomstgebieden. Koerdische wevers staan erom bekend sterke kleuren te combineren zonder dat het disharmonisch wordt, en Koerdische stamtapijten uit de ruimere omgeving van Hamadan hebben meestal een enkele inslag.
Fijne, zachte wolsoort uit de hals en de binnenste vachtlaag van jonge schapen, vaak van de eerste scheerbeurt. Door de natuurlijke lanoline is de wol vettig; ze voelt zacht en veerkrachtig aan en geeft kleuren extra glans. Ze wordt gebruikt voor de pool van veel fijne stadstapijten uit Isfahan, Kerman, Qom, Tabriz en Mashhad, en ook oudere antieke Sarough-tapijten met een kort geknipte pool gebruiken haar. Ook geschreven als kurkwol.
Perzische stadstapijten uit Mashhad, de op één na grootste stad van Iran, in het noordoosten van het land, waar het weven aan het einde van de middeleeuwen begon. Ze staan bekend om hun hoge knoopdichtheid (meestal boven 250 KPSI, oftewel knopen per vierkante inch, ruwweg 39 per cm²; uitzonderlijk bijna 1.000, ongeveer 155 per cm², bij een zijden fundering) en fijnzinnige bloemdessins in een opzet met medaillon, medaillon met hoekstukken of allover-dessin, in wijnrood of bordeauxrood, diepblauw, groen en crème. De pool is van wol op een katoenen fundering en hoger dan bij de meeste stadstapijten; een zijden fundering is zeldzaam, en bij nieuwere exemplaren van zijde en wol is zijde aan de pool toegevoegd. Tapijten van het inmiddels gesloten atelier Saber zijn nu gewild bij verzamelaars, terwijl Astan Quds Razavi een bekende naam blijft.
Tapijten uit het oosten van Iran die sommige handelaren onder de naam Moud Mashad verkopen en bij de Mashhad-tapijten indelen. Ze dragen meestal een Herati-dessin in beige, blauw, roest en rood en zijn vaak door hun maker gesigneerd. De fundering is van katoen; oudere exemplaren hebben een pool van louter wol, veel nieuwere een pool van wol en zijde.
Stamtapijten geweven door Koerdische wevers rond Quchan, ten noorden van Mashhad in het noordoosten van Iran, een grensstreek waar de Safawidische heersers Koerdische stammen vestigden om de grens te helpen bewaken. Op een fundering van wol of geitenhaar ligt een wollen pool met een dichtheid van ongeveer 120 knopen per vierkante inch (circa 186 000 per vierkante meter), hoog voor stamtapijten. Geometrische medaillon- of allover-dessins op een veld in krachtig rood, blauw of ivoor lijken op Kaukasische tapijten en vooral op Anatolische, omdat de voorouders van de wevers uit Anatolië kwamen. Compacte weefgetouwen houden de formaten klein tot middelgroot: zelden breder dan 1,8 m (6 ft) of langer dan 4 m (13 ft).
Perzisch tapijt dat in een stad wordt gemaakt, vaak in een atelier, een van de drie groepen (stad, dorp, stam) waarin Perzische tapijten gewoonlijk worden ingedeeld. De wevers volgen meestal een door een ontwerper getekend plan, onder leiding van ervaren wevers of meesterwevers, en een atelier kan wol in grote hoeveelheden inkopen en in één keer verven, waardoor de normen strenger zijn dan bij het weven in dorpen en stammen, dat uit het geheugen gebeurt. Stadstapijten halen doorgaans de hoogste knoopdichtheden en kennen de grootste verscheidenheid aan maten, kleuren en dessins, meestal bloemdessins (Tabriz, Kashan, Isfahan, Kerman, Nain, Mashhad, Sarough). Een herkomst uit een atelier wijst meestal op een hogere kwaliteit, maar niet elk atelierstapijt is gesigneerd.
Tapijt waarvan de pool zijde en wol combineert, meestal grotendeels wol, met zijden garen dat in bepaalde details, zoals bloemmotieven, is geknoopt om glans toe te voegen en het dessin scherper te laten uitkomen. Zijde is fijner dan wol en laat een dichtere knoping toe, ruwweg 6.200 tot 10.850 knopen per 10 × 10 cm (circa 400 tot 700 knopen per vierkante inch, KPSI) op een katoenen fundering en 7.750 tot 15.500 (circa 500 tot 1.000 KPSI) op een zijden fundering, al komt Nain, dat vrijwel altijd op katoen wordt geweven, in zijn grovere la-klassen lager uit, waar een hoger la-nummer minder knopen betekent. De wol houdt de pool dik en duurzaam en de prijs lager dan die van een zuiver zijden tapijt, maar hoger dan die van een tapijt van alleen wol. Tabriz, Nain, Mashhad, Bijar, Isfahan en Qom weven allemaal dit soort tapijten, meestal met een kort geschoren pool om het detail te laten uitkomen.