Stap in het handknopen waarbij de wever na elke rij knopen en inslag de rij met een weefkam stevig aanslaat tegen de rijen eronder om de pool dicht op elkaar te pakken. Hoe harder een tapijt wordt aangeslagen, hoe dichter en duurzamer het uitvalt: Bakhtiari- en Bijar-wevers staan bekend om hun bijzonder krachtige aanslag, en Bijar-wevers houden de wol vaak nat, zodat inslag en knopen met meer kracht kunnen worden aangeslagen.
Stamtapijten geweven door de Afshar, een Turks volk in Iran met een halfnomadisch verleden, met weefgemeenschappen rond Kerman en elders. In de streek rond Bijar maken Afshar-wevers een groot deel van de Bijar-tapijten in atelierstijl, zodat de naam Afshar ook op Bijar-stukken kan opduiken. Afshar-tapijten zijn doorgaans klein tot middelgroot, met geometrische of gestileerde bloemdessins.
Tapijten uit de stad Bidjar (Bijar) in de provincie Koerdistan in het noordwesten van Iran en uit de dorpen eromheen, geweven door Koerdische stamleden en, in ateliers, door Afshar-wevers; de naam omvat zowel fijne als grove stukken. Ze worden de “ijzeren tapijten” van Iran genoemd en behoren tot de zwaarste tapijten voor hun formaat, met een dichte pool dankzij dubbele inslag, symmetrische (Turkse) knopen en rijen die hard worden aangeslagen, vaak terwijl de wol nat wordt gehouden. De dessins variëren van bloem-, herati- en medaillondessins tot geometrische patronen, in juweeltinten van roest, rood, beige en marineblauw. De meeste zijn kleine tapijten of lopers, en de franjes zijn doorgaans gevlochten.
Constructie waarbij tussen twee opeenvolgende rijen knopen twee inslagdraden in plaats van één door de schering worden gevoerd. De verdubbelde inslag bedekt de fundering: op de achterkant van een fijn en strak geweven tapijt zijn dan alleen knopen en inslag zichtbaar, zonder de witte puntjes schering die een tapijt met enkele inslag verraden, en het tapijt is dikker, dichter en zwaarder. Bijar en Heriz zijn typische tapijten met dubbele inslag, net als fijn geweven Perzische tapijten in het algemeen.