Een van de twee belangrijkste knooptypen in handgeknoopte tapijten: het garen wordt om twee naast elkaar liggende scheringdraden gelegd en er tussenin weer naar boven gehaald. Deze symmetrische knoop geeft een sterker en duurzamer tapijt, maar laat minder knopen per oppervlakte-eenheid toe dan de asymmetrische Perzische knoop. Hij is genoemd naar het Turkse stadje Ghiordes (het huidige Gördes) en wordt veel gebruikt in Turkse, Kaukasische en sommige Perzische tapijten.
Weeftechniek waarbij elke knoop met de hand om de scheringdraden wordt gelegd, wat duurzame tapijten van hoge kwaliteit oplevert. Kenmerkend voor Perzische, oosterse en Turkse tapijten.
Kwaliteitsmaat voor handgeknoopte tapijten: in Europa doorgaans uitgedrukt in knopen per vierkante meter, op de Angelsaksische markt in knopen per vierkante inch (KPSI). Hoe hoger de dichtheid, hoe fijner het detail en in de regel hoe hoger de kwaliteit.
Een van de twee belangrijkste knooptypen in handgeknoopte oosterse tapijten (het andere is de Turkse of Ghiordes-knoop). De Perzische knoop is asymmetrisch: het garen gaat om één scheringdraad en loopt daarna achter de aangrenzende scheringdraad langs. Deze techniek maakt fijnzinniger, gebogen dessins en hogere knoopdichtheden mogelijk, en geniet daarom de voorkeur voor de gedetailleerde bloemmotieven van Perzische tapijten.
Een van de twee belangrijkste knooptypen in handgeknoopte oosterse tapijten (het andere is de Perzische of Senneh-knoop). De Turkse knoop is symmetrisch: het garen gaat om twee naast elkaar liggende scheringdraden en wordt er tussenin doorgehaald. De techniek geeft een sterkere, duurzamere knoop, maar laat doorgaans minder knopen per oppervlakte-eenheid toe dan de Perzische knoop en past daarom beter bij geometrische dessins.
Het raam of het toestel dat de (verticale) scheringdraden onder spanning houdt, zodat de (horizontale) inslagdraden erdoorheen kunnen worden geweven. Handgeknoopte en handgeweven tapijten ontstaan op eenvoudige handweefgetouwen — staande dorpsgetouwen of de liggende grondgetouwen die nomadische wevers meedragen — waar elke knoop met de hand wordt gelegd en het getouw zelf niets weeft. Mechanische weefmachines als Wilton, Axminster en jacquard zijn de industriële nazaten, gebruikt voor machinaal geweven tapijt.