Gratis verzending
Resultaten laden…
Uit de regioکاشمرKashmar
Twee knopen per lus: een dichtere, duurzamere pool die zijn dessin decennialang behoudt.

KashmarBekijk in het tapijtwoordenboek ligt in Razavi-Khorasan, de provincie die het noordoosten van Iran beslaat, hemelsbreed zo'n 150 kilometer ten zuidwesten van MashhadBekijk in het tapijtwoordenboek en over de weg een flink stuk verder. Het is een kleine stad en tegelijk de hoofdplaats van het gelijknamige district, gelegen op een vlakte die naar het zuiden toe afloopt richting de zoutwoestijn. De streek eromheen heette lange tijd Turshiz; de stad zelf kreeg haar huidige naam pas in de twintigste eeuw. Met Kasjmir in de Himalaya heeft ze niets te maken, een verwarring die door de gelijkende schrijfwijze vaak genoeg ontstaat om het hier uitdrukkelijk te vermelden. Een Kashmar-tapijt is een Perzisch tapijt, geknoopt in Khorasan.
Schapenhouderij is een van de belangrijkste bestaansmiddelen in de streek, en wel op zo'n schaal dat de knopers werken met wolBekijk in het tapijtwoordenboek van de kudden om hen heen in plaats van met vacht die van elders wordt aangekocht. Dat is aan het eindresultaat te merken. De wol wordt gebruikt omdat ze voorhanden is en omdat de mensen die haar verwerken haar door en door kennen, en de poolBekijk in het tapijtwoordenboek die eruit voortkomt wordt steevast als hoogwaardig omschreven. Het is de eerste troef van een Kashmar, nog voordat er van dessin of knoopdichtheidBekijk in het tapijtwoordenboek sprake is, en het verklaart voor een groot deel waarom de kleur zo mooi op het oppervlak ligt.
Er wordt geverfd met plantaardige kleurstoffen uit de eigen streek, en de omstandigheden daar zijn, wilde planten meegerekend, goed genoeg om de ververs een breed scala aan bronnen te geven. De kleuren die dat oplevert zijn eerder zacht dan verzadigd: ze liggen rustig naast elkaar in plaats van om aandacht te vechten. Dat is de eigenschap die u van de andere kant van de kamer al opvalt, lang voordat u iets van de tekening kunt ontwaren, en die een Kashmar doet afsteken tegen de scherpere, nadrukkelijkere kleurstelling van de grote stadsateliers.
Het palet is over het geheel genomen ingetogen en aards. De meeste velden zijn bruinachtig crème, lichtblauw en donkerblauw verzorgen de tekening, en een bepaald zacht roze keert zo vaak terug dat het als een plaatselijke gewoonte mag gelden. Let vooral op oranje. Een oranje toon vindt u in een Kashmar moeiteloos en in Perzisch knoopwerk verder nauwelijks; wie een interieur voor ogen heeft met warm oranje, bruin en donkerblauw in plaats van rood, treft hier een van de weinige herkomsten die die combinatie ongevraagd levert.
De afgewerkte vloerkleden blijven zelden in de stad zelf. Ze gaan naar Mashhad en worden daar verhandeld, het oude patroon van een klein weefcentrum en een grote handelsstad, en daarom hebben stukken uit Kashmar vaak onder het label Khorasan of Mashhad gereisd. Een gevolg daarvan is het onthouden waard: de wijnrode en bordeauxrode grondkleuren die veel mensen met Khorasan associeren horen bij Mashhad, dat dat rood uit een verfplant van eigen bodem haalt, en niet bij Kashmar. Een vloerkleed waarin diep wijnrood de boventoon voert, komt vrijwel zeker niet hiervandaan.
Het vormenrepertoire begint bij een medaillon met hoekmotievenBekijk in het tapijtwoordenboek binnen een stevig getekende rand, gevuld met bloemen en rankwerk. Een veelvoorkomende variant houdt diezelfde opbouw aan maar zet vazen in plaats van bloemen, en Kashmar is een van de voornaamste plaatsen waar dat vazendessinBekijk in het tapijtwoordenboek thuishoort, naast BakhtiariBekijk in het tapijtwoordenboek, TabrizBekijk in het tapijtwoordenboek, SaroughBekijk in het tapijtwoordenboek en GhomBekijk in het tapijtwoordenboek. Meestal staat een grote vaas in het midden, met kleinere eromheen verdeeld, en herhaalt dat zich over het hele veld. In het Perzische beeldgebruik staat een vaas met bloemen voor groei en nieuwe kansen, niet voor een stilleven.
Het sterkst wordt de stad geassocieerd met het tuinvakkendessin, in het Perzisch kheshtiBekijk in het tapijtwoordenboek: een veld dat door een raster in vakken is verdeeld, elk vak omlijst en elk met een eigen voorstelling. Het aantal vakken volgt het formaat van het vloerkleed, zodat een groot stuk in ieder vak een andere scène kan laten zien. De vakken krijgen doorgaans een effen achtergrondkleur; daardoor blijft het raster ook op stahoogte goed leesbaar en valt de compositie op dit formaat niet uiteen in visuele ruis.
Onder de voorstellingen die in deze vloerkleden voorkomen zijn eenden op een meer tussen bloemen en bomen, een levensboomBekijk in het tapijtwoordenboek, zingende vogels en herten in het bos. Sommige stukken laten de vier jaargetijden over het veld lopen: het ene vak in herfstkleuren, het volgende in zomerkleuren, weer een ander in wintertooi. De naam die meestal aan het vakkendessin als geheel wordt verbonden is Bakhtiari, en ook Tabriz knoopt het, maar de versie uit Kashmar vertelt echt een verhaal: elk vak is helder genoeg getekend om het verhaal zelf te kunnen navertellen, zonder dat iemand u eerst uitlegt wat er te zien is.
Onder die vorm ligt een oud idee. Voor de Perzische knoper symboliseert een tuin het paradijs, en het raster maakt van het veld een reeks omlijste vensters daarop, elk met bloemen voor vruchtbaarheid, cipressen, vogels. De tuinen zijn verzonnen, niet nagetekend naar een bestaande plek; ze verbeelden wat de knoper hoopt, geen oord dat werkelijk bestaat. Wie wil achterhalen welke tuin er op zo'n vloerkleed precies is afgebeeld, zoekt naar iets wat er nooit geweest is.
Naast het vakkenwerk knoopt de stad ook figuratieve vloerkleden: bewust antiek ogende composities van vazen en bloemen, landschaps- en jachtdessins, en stukken met de koningen van de oudheid. Het zijn vloerkleden die net zo goed aan de wand hangen als op de vloer liggen. Ze zijn zeldzamer dan het vakken- en medaillonwerk en lonen een blik van dichtbij, want bij een figuratief stuk draait alles om hoe goed de gezichten, de dieren en het bladwerk getekend zijn, en niet om fijnheid alleen.
Over de constructie zijn de bronnen dun gezaaid. Kashmars worden steevast als fijn geknoopt beschreven, maar voor deze herkomst bestaat geen betrouwbaar cijfer voor de knoopdichtheid, en daarom staat er hier ook geen; vraag naar de knoopdichtheid van het stuk dat u voor u heeft. Een wollen pool op een katoenen fundament is bij stadsknoopwerk uit deze streek de regel, al is ook dat per stuk het navragen waard. De poolhoogte is de enige maat die het weefsel onomwonden prijsgeeft: dun tot middellang geschoren, dichter bij Sarough dan bij de middellange tot dikkere pool van Tabriz, KashanBekijk in het tapijtwoordenboek, Mashhad of Bakhtiari.
De vloerkleedmaten zijn groot. Het gaat hier van oudsher om kamerformaat, precies wat de vakkendessins nodig hebben als ieder vak ruimte moet krijgen om gelezen te worden, en dat grote formaat is hier de regel en niet de uitzondering. Een lagere pool houdt fijne tekening bovendien scherp en ligt makkelijker onder een eettafel of onder een deur die eroverheen openzwaait. De naam heeft minder klank dan Tabriz, Kashan of Mashhad; wie op het weefsel afgaat in plaats van op de reputatie, merkt doorgaans dat een goede Kashmar zich in wol, kleur en tekening kan meten met bekendere plaatsen.

Een Perzisch tapijt is een handgeknooptBekijk in het tapijtwoordenboek tapijt uit Iran, en de traditie erachter is de oudst gedocumenteerde ter wereld. Het oudste bewaard gebleven tapijt, het Pazyryk-tapijtBekijk in het tapijtwoordenboek, werd gevonden in een bevroren grafheuvel en dateert uit de vijfde eeuw v.Chr., zo’n 2.500 jaar geleden. Toch is het al vakwerk van hoog niveau, geen beginnerswerk. Wat begon als warme, slijtvaste kleden voor nomadengezinnen, groeide in de loop van die eeuwen uit tot de kunstvorm waaraan elk ander tapijtland iets heeft ontleend.
Twee latere hoofdstukken bepaalden hoe een Perzisch tapijt er vandaag uitziet. Onder de Safawidische dynastie, van 1501 tot 1732, bevorderde het hof de weefkunst naast de schilderkunst en de kalligrafie, en maakten de ateliers van TabrizBekijk in het tapijtwoordenboek, HeratBekijk in het tapijtwoordenboek, KashanBekijk in het tapijtwoordenboek en KermanBekijk in het tapijtwoordenboek de meesterwerken die nu in musea te zien zijn. In die tijd verscheen het grote middenmedaillonBekijk in het tapijtwoordenboek, en werden de dessins zo complex dat een aparte ontwerper – vaak een miniatuurschilder – het patroon op een karton tekende: de patroontekeningBekijk in het tapijtwoordenboek die de wever volgde. Het tweede hoofdstuk volgde in de negentiende eeuw, onder de Qajar-dynastieBekijk in het tapijtwoordenboek. De productie bereikte toen haar historische hoogtepunt, de export naar Europa en Amerika bloeide op en de atelierindustrie kreeg haar moderne vorm; de ateliers die daar rechtstreeks uit voortkomen, weven nog altijd.
De handel deelt Perzische tapijten in drie families in. Stadstapijten – Tabriz, Kashan, Kerman, Nain, IsfahanBekijk in het tapijtwoordenboek – worden in ateliers naar een patroontekening geweven, hebben de hoogste knoopdichtheidBekijk in het tapijtwoordenboek en bestaan in de grootste verscheidenheid aan kleuren, maten en dessins. Dorpstapijten zoals HerizBekijk in het tapijtwoordenboek, BakhtiarBekijk in het tapijtwoordenboek en KarajaBekijk in het tapijtwoordenboek zitten daartussenin: meestal geometrisch en grotendeels uit het hoofd geknoopt. NomadentapijtenBekijk in het tapijtwoordenboek, zoals die van de Beloutch, de TurkmenenBekijk in het tapijtwoordenboek en de QashqaiBekijk in het tapijtwoordenboek, dragen de naam van het volk dat ze weeft. Ze ontstaan op kleine, draagbare weefgetouwen en vallen daardoor kleiner uit; hun krachtige geometrische tekening komt uit het hoofd van de wever, niet van papier.
De vormtaal put uit een rijk repertoire aan motieven: Shah AbbasiBekijk in het tapijtwoordenboek-palmetten, vloeiende arabesken, het kleine, steeds herhaalde Herati-patroonBekijk in het tapijtwoordenboek, medaillons, en tuin- en levensboomcomposities. Samen met regionale gewoonten ontstaan zo stijlen die een kenner in één oogopslag thuisbrengt, van de krachtige geometrische medaillons van Heriz tot de fijne, kromlijnige bloemmotieven van Isfahan.
Het klassieke palet rust op natuurlijke kleurstoffen: meekraprood, indigoblauw, saffraangeel en zachte ivoortinten, samengebracht in combinaties die door de eeuwen heen zijn verfijnd. Natuurlijke kleurstoffen worden mooi oud en verzachten tot de patina die oudere tapijten zo gewild maakt. Kleine toonverschillen tussen verfpartijenBekijk in het tapijtwoordenboek – het effect dat abrashBekijk in het tapijtwoordenboek heet – zijn het kenmerk van natuurlijk verven in kleine partijen, geen fout.
De poolBekijk in het tapijtwoordenboek van handgeknoopte tapijten uit Iran is bijna altijd van wolBekijk in het tapijtwoordenboek, en die wol bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van een tapijt. De beste vacht komt van schapen op hoge bergweiden, waar de wol dikker groeit en meer natuurlijke lanolineBekijk in het tapijtwoordenboek bevat. Wol van de voorjaarsscheerbeurt is beter dan die van de najaarsscheerbeurt, en handgesponnen garenBekijk in het tapijtwoordenboek geeft een fijnere, zachtere draad dan machinaal gesponnen garen. Fijne stukken krijgen zijden accenten in de wollen pool, en de allerfijnste zijn zuiver zijden tapijten. Het grondweefsel is bij stadstapijten meestal van katoen, bij nomadentapijten en oudere stukken van wol, en in de absolute topklasse van zijde.
Elke knoop wordt één voor één met de hand gelegd: ofwel als asymmetrische Perzische knoopBekijk in het tapijtwoordenboek, die gebruikelijk is in Centraal- en Oost-Iran, ofwel als symmetrische Turkse knoopBekijk in het tapijtwoordenboek, die in het noordwesten gangbaar is sinds Seltsjoekse wevers hem in de elfde en twaalfde eeuw introduceerden. Een groot tapijt telt zo’n twee miljoen knopen en kan een wever ongeveer een jaar bezighouden.
Wie voor het eerst een oosters tapijtBekijk in het tapijtwoordenboek koopt, staart zich vaak blind op de knoopdichtheid, en de fijnste stukken met een zijden grondweefselBekijk in het tapijtwoordenboek halen inderdaad tot 1.000 knopen per vierkante inch. Maar dichtheidBekijk in het tapijtwoordenboek telt alleen voor zover de tekening erom vraagt: een kromlijnig Isfahan-tapijt heeft een fijne knoping nodig om scherp te blijven, terwijl een geometrisch Heriz-tapijt ook met een bescheiden aantal knopen bekendstaat als bijzonder slijtvast. Materiaal, symmetrie, kleurharmonie en staat zeggen meer over de kwaliteit dan welk los getal ook.
Perzische tapijten passen even vanzelfsprekend in een moderne als in een klassieke kamer: als blikvanger in de woonkamer, als rustige basis onder de eettafel of als ingetogen accent in de slaapkamer. Het onderhoud is eenvoudig: voorzichtig stofzuigen zonder roterende borstelBekijk in het tapijtwoordenboek, af en toe draaien voor een gelijkmatige slijtage en ongeveer eens in de vijf jaar een professionele wasbeurt – vaker in een hal of entree, minder vaak in een rustige kamer.
Een handgeknoopt Perzisch tapijt gaat doorgaans langer mee dan zijn eigenaars. Stukken van een eeuw oud zijn regelmatig nog in uitstekende staat, met kleuren die tot rust zijn gekomen en een soepele pool, en zien er vaak beter uit dan toen ze van het weefgetouwBekijk in het tapijtwoordenboek kwamen. Een goed gekozen, goed onderhouden tapijt behoudt zijn waarde en gaat als familie-erfstuk over op de volgende generatie in plaats van vervangen te worden – en precies daarvoor waren de knopen, de wol en de kleurstoffen altijd al bedoeld.
Onze familie handelt al twee generaties in vloerkleden. Vraag ons gerust alles: foto’s, videogesprekken, advies over maten.
Gidsen uit ons familieatelier: hoe je handgeknoopte tapijten reinigt, plaatst en verzorgt.