Een nieuw geweven vloerkleed dat de dessins van veel oudere vloerkleden kopieert en vaak een verouderde afwerking krijgt, met een kort geschoren, lage pool, stonewash, blootstelling aan de zon en zacht genuanceerde natuurlijke kleurstoffen, al is het in werkelijkheid niet oud. Typische voorbeelden zijn Peshawar-tapijten (Chobi) en in Pakistan geweven tapijten in Oushak- en Kazak-stijl. Omdat oude dessins steeds opnieuw worden nagemaakt, is het dessin alleen geen betrouwbare aanwijzing voor de ouderdom van een vloerkleed, en ook slijtage is geen betrouwbare maatstaf. Kenners letten in plaats daarvan op de kleur: natuurlijke kleurstoffen vervagen geleidelijk langs de poolvezel, van de top naar de voet, terwijl behandelde kleuren er doorgaans gebleekt uitzien, met een scherpe band. Een vermeend zeer oud vloerkleed zonder enige reparatie kan een recente kopie zijn.
Krachtige geometrische tapijten die oorspronkelijk in de negentiende eeuw werden geweven door Armeense wevers in de zuidelijke Kaukasus, in het huidige Armenië, Georgië en Azerbeidzjan, met grootschalige dessins, stammotieven en veel medaillons. Tegenwoordig komen ze vooral uit ateliers in Pakistan, waar Afghaanse wevers de dessins sinds de jaren tachtig en negentig opnieuw maken met handgesponnen Ghazni-wol en plantaardige kleurstoffen, in zachtere moderne kleuren als beige, blauwgroen, indigo en roestrood, vaak met een rood veld met een crèmekleurig medaillon en bordure; ook India maakt Kazak-tapijten. De lage tot middelhoge pool wordt kort geschoren en krijgt een stonewash-behandeling voor een antiek uiterlijk. De kwaliteitsklassen zijn commercieel (laagste knoopdichtheid), Super (het fijnst geknoopt, zijdeachtige wol) en Kazak Azari (dessins naar Perzisch Heriz-voorbeeld, dikkere pool, beste wol, hoogste prijs); als voorbeelden gelden ongeveer 121 KPSI (knopen per vierkante inch; ruwweg 1.900 knopen per 10 × 10 cm) tot 169 KPSI (ruwweg 2.600).
Handgeknoopte tapijten uit Pakistan, gemaakt in de stad Peshawar in het noorden van het land en ook Chobi genoemd. Ze bootsen oude Perzische en Turkse dessins na, meestal bloemdessins in allover- of herhalingsopzet (medaillons zijn zeldzaam, omdat een allover-opzet in meer ruimtes past), met handgesponnen wol en plantaardige kleurstoffen. De tapijten worden in donkerdere tinten geweven, ondergaan daarna een stonewash-behandeling en worden in felle zon gelegd, en de pool wordt kort geschoren zodat het dessin zichtbaar wordt, wat een nieuw tapijt een antieke afwerking geeft. De kleuren zijn zacht en getemperd, vaak op beige gebaseerd, met bewuste variatie tussen licht en donker die verouderde tapijten nabootst; de tapijten voelen dun aan maar zijn goed bestand tegen slijtage. Hetzelfde uiterlijk wordt ook verkocht als Oushak, Ziegler of Ferahan.
Afwerking waarmee nieuwe vloerkleden er antiek gaan uitzien, het bekendst van Peshawar-tapijten (Chobi) en van tegenwoordig geweven tapijten in Kazak-stijl. Het pas geweven vloerkleed, waarvan de kleuren donker beginnen, wordt stonewashed (Peshawar-tapijten worden bovendien in felle zon gelegd), zodat de kleuren zachter worden en vervagen, en de pool wordt kort geschoren, waardoor deze vloerkleden dun en laag aanvoelen en toch duurzaam blijven. Tapijten in Oushak-stijl uit dezelfde ateliers krijgen een vergelijkbare antieke wasbehandeling. Kleuren die oud zijn gemaakt, tonen doorgaans een gebleekt uiterlijk en een scherpe kleurband midden in elke vezel, anders dan de gelijkmatige vervaging van natuurlijke veroudering.
Afwerkingsproces waarmee nieuw geweven tapijten een antiek uiterlijk krijgen, vooral bekend van Pakistaanse tapijten uit Peshawar (Chobi) en van tapijten in Oushak- en Kazak-stijl. Het pas geweven tapijt, aanvankelijk donkerder, wordt met stenen gewassen (stonewash), in de branche “antique wash” genoemd, waardoor de kleurstoffen zachter worden; soms volgt daarbovenop een chemische wasbeurt. Het kan ook in felle zon worden gelegd, en de pool wordt kort afgeschoren, zodat het tapijt dun aanvoelt maar toch duurzaam blijft. Natuurlijke veroudering laat de kleur zacht en gelijkmatig vervagen over de volle lengte van de poolvezels, terwijl een behandeld tapijt er eerder gebleekt uitziet en halverwege de vezels een scherpe kleurband vertoont. Omdat zulke tapijten bewust een versleten uiterlijk krijgen, bewijst een versleten uiterlijk op zich nog niet dat een tapijt oud is.
Tapijt dat na het weven opzettelijk is behandeld om er versleten en antiek uit te zien. De afwerking omvat meestal wassen (vaak met een stonewash, soms met een chemische behandeling), af en toe felle zon en het kort afscheren van de pool, wat de kleuren verzacht en een dunne, lage pool oplevert met behoud van de duurzaamheid van een nieuw tapijt; veel nieuwe tapijten in Oushak-, Kazak- en Peshawar-stijl worden zo afgewerkt. Behandelde kleur is van echte ouderdom te onderscheiden: ze ziet er gebleekt uit en toont een scherpe kleurband binnen in de vezel, terwijl natuurlijke verbleking zacht en gelijkmatig verloopt van top tot voet, zodat een versleten uiterlijk alleen nog niet bewijst dat een tapijt oud is.