De “rokband”: een extra sierband aan één of beide uiteinden van een Turkmeens tapijt, buiten de hoofdbordure, vaak geweven in een bewust andere techniek of een ander patroon dan de rest van het stuk. Elems hadden praktische functies op tenttassen en dierentuig, en voor verzamelaars zijn ze een vingerafdruk: de stijl van een elem helpt een stuk toe te schrijven aan een bepaalde stam, zoals de Tekke, de Salor of de Yomut.
Turkmeense tapijten van de Yomut, gerekend tot de fijnste Turkmeense stukken. Zoals de meeste Turkmeense tapijten zijn Yomut-tapijten van oudsher wol op wol (wollen pool op wollen fundering); in de handel worden daarnaast fijnere stukken met een zijden fundering onder de wollen pool beschreven, en bij die stukken maakt de zijde een hogere knoopdichtheid en een gedetailleerdere tekening mogelijk dan bij dit type gebruikelijk is. De grondkleuren neigen naar rood, bruin en beige, en de tapijten zijn doorgaans niet gesigneerd.
Fundering van een tapijt waarvan de schering- en inslagdraden van zijde zijn in plaats van het gebruikelijke katoen of wol. Zijde is fijner en dunner, zodat er veel meer knopen in elke vierkante inch passen; tapijten met een zijden fundering hebben doorgaans ongeveer 500 tot 1000 knopen per vierkante inch (KPSI), oftewel circa 78 tot 155 per vierkante centimeter. Ze komen vooral voor bij fijne traditionele stadstapijten, het vaakst bij Qom- en Isfahan-tapijten, en daarnaast in enkele uitgekozen ateliers in Tabriz en bij sommige in de handel beschreven fijne Turkmeense stukken van de Yomut. De pool erop kan van wol, van wol en zijde of van zuivere zijde zijn.