De buitenste schil van de granaatappelvrucht, een plantaardige kleurstof die in natuurlijk geverfde tapijten wordt gebruikt voor de gele tinten, naast meekrapwortel voor rood, indigo voor blauw en walnootbolsters voor bruin.
Het roestrood waarvoor Heriz-tapijten het meest bekend zijn, meestal in combinatie met donker marineblauw en crème in veld en bordure. Het rood zelf wordt van oudsher verkregen uit meekrapwortel. De plaatselijke overlevering voegt daaraan toe dat de wevers de geverfde wol een tijdlang in een rivier in het Heriz-gebied laten liggen die koperhoudende mineralen meevoert, dat het koper de kleurstof doet verschuiven naar deze rustieke tint en dat de kleur daarom zo nauw met Heriz verbonden is; in onderzoek naar tapijtkleurstoffen is dit effect van koper niet gedocumenteerd.
Gegenereerde illustratie: blad van een indigoplant en verwerkte kleurstofblokken.
Diepblauwe natuurlijke kleurstof, van oudsher gewonnen uit planten van het geslacht Indigofera en samen met meekrapwortel en walnootschillen genoemd onder de plantaardige kleurstoffen waarmee de wol van tapijten met natuurlijke kleurstoffen wordt geverfd. De kleurstof levert het diepe middernachtblauw van Heriz- en Bakhtiari-tapijten, en het geverfde garen toont zijn volle blauw pas wanneer de kleurstof aan de lucht oxideert. In tapijtbeschrijvingen duidt het woord ook die diepblauwe tint zelf aan.
De wortel van de meekrap (Rubia tinctorum), een natuurlijke rode kleurstof en de bron van de terracottatinten in Perzische en oosterse tapijten. Samen met indigo en walnootschillen hoort meekrap bij de plantaardige kleurstoffen waarmee de wol wordt geverfd; de kleurstof hecht daarbij aan de natuurlijke lanoline van de wol. Lichte tintverschillen binnen één kleurvlak, abrash genoemd, zijn normaal bij tapijten die op deze manier zijn geverfd.
Kleurstoffen die uit planten, zaden, bloemen en wortels en, in sommige tradities, uit dierlijke bronnen worden gewonnen en waarmee de wol en zijde van vloerkleden worden geverfd. Wevers, vooral stamwevers, bereiden ze vaak uit plaatselijke planten en andere natuurlijke bronnen uit de streek, wat bijdraagt aan de kenmerkende tinten van elke streek; meekrapwortel (terracottarood), indigo (blauw), walnootschillen (bruin) en granaatappelschil (geel) zijn typische verfstoffen. Omdat de kleurstof in kleine ambachtelijke partijen wordt bereid, verschillen de tinten licht van partij tot partij, wat abrash oplevert. Natuurlijke kleurstoffen worden gewaardeerd om hun rijke, harmonieuze, zachte kleur die met de jaren geleidelijk en gelijkmatig vervaagt en weinig afgeeft op een vochtige doek, al kan een vloerkleed overwegend natuurlijke met enkele synthetische kleurstoffen combineren.
De groene buitenste bolster van de walnoot, een traditionele plantaardige kleurstof voor bruine wol. Verwers koken de bolsters om diepbruine tot omberbruine tinten te verkrijgen, en ze horen bij hetzelfde plantaardige palet als meekrapwortel (terracottarood), indigo (blauw) en granaatappelschil (geel). Dergelijke plantaardige kleurstoffen onderscheiden traditioneel geverfde tapijten van tapijten die met synthetische kleurstoffen zijn gekleurd.